Hoe te schrijven: een gebrekkige uitleg
Tips om de lege pagina te bestrijden, met wisselend succes.
Als schrijver moet je schrijven. Het klinkt heel simpel. Maar in de praktijk is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Laatst was ik op een literair evenement waar de Amerikaanse dichter en essayist Robert Hass werd geciteerd:
“It’s hell writing and it’s hell not writing. The only tolerable state is having just written.”
Bij het horen van deze quote maakte ik instemmende schrijversgeluiden tussen slokjes Malbec door, waarschijnlijk omdat ik op dat moment in een literaire malaise zat en ik in mijn zelfmedelijden op zoek was naar iets dat mijn gevoel legitimeerde. Het is een bekende bijwerking van zelfmedelijden, de ontvankelijkheid voor cynisme en complottheorieën.
Toen mijn schrijven een week later weer in een opwaartse trend was beland, dacht ik anders over deze quote. Hoewel het inderdaad heerlijk voelt wanneer je net iets hebt geschreven waar je blij mee bent, wil ik bij de uitspraak van Hass wel een flink hoopvolle asterisk toevoegen:
*Schrijven is geen hel als het lukt.
Wanneer de woorden uit je vingertoppen stromen en je precies datgene wat je bedoelt op het scherm ziet verschijnen, ontstaat er een soort bedwelmende dopaminecirkel die nergens mee vergeleken kan worden. Als het lukt beeldhouw je zinnen met de zekerheid van Michelangelo zijn David. Ik begrijp dat die beeldspraak misschien wat pompeus is, maar juist daarom gebruik ik het. Het voelt ook pompeus, grandioos en heroïsch.
Helaas lukt het niet altijd.
Sterker nog, misschien lukt het vaker niet dan wel. Soms ben ik een hele dag bezig en heb ik niks voor elkaar gekregen. Dan is de dag door mijn vingers geglipt en blijf ik achter met frustratie en schaamte. Ik heb hier speciaal voor deze nieuwsbrief een meme over gemaakt die iedereen mag stelen.
Om dat te voorkomen heb ik allemaal strategieën ontwikkeld, en in deze editie van de Studio Dario Nieuwsbrief zal ik die strategieën met u delen in de vorm van vijf tips. Let wel op: ik geef geen enkele garantie op succes. Mijn strategieën zijn slechts proefondervindelijke werkwijzen die mij soms helpen. Af en toe lukt er niks. Dit noodlot dien je te accepteren, schijnt; helaas heb ik dat nog niet geleerd.
Qua dagindeling zijn er twee manieren om te schrijven.
De hele dag.
Een deel van de dag.
Hoe je het ook wendt of keert, het komt altijd neer op een van deze twee opties. Optie één is moeilijk, in verband met het leven. Werk, verplichtingen, bureaucratische taken die om een of andere reden continu aandacht vereisen. Maar zoals sommige van jullie weten, begon ik mijn nieuwsbrief eerder dit jaar met de mededeling dat ik met pijn in mijn hart ontslag had genomen bij het Haagsch Cultuurbordeel PIP om mijn droom van het schrijverschap na te jagen, om tijd vrij te maken.
De verwachting was dat ik op die manier dagenlang achtereen zou schrijven: columns, boeken, nieuwsbrieven, korte verhalen en manifesten. Want het gebrek aan tijd, en de constante druk van mijn andere verplichtingen hielden mij tegen. Ze verdrukten mijn potentie. Het lag aan externe factoren, dat moest wel. Als dat niet zo zou zijn, zou het probleem nog weleens bij mij kunnen liggen, en dat behoort natuurlijk niet tot de mogelijkheden.
Toch?
Toch wel. Met meer tijd is schrijven makkelijker geworden, maar toch zit ik niet van negen tot vijf met een ambtelijk genoegen achter mijn bureau te typen. Het werkt anders.
Ik schrijf hele dagen. Van de ochtend tot de avond. Niet omdat dat ideaal is, maar simpelweg omdat ik door dagen uit te sparen om aan mijn aanstaande bestseller te werken, de grootste kans van slagen heb. Het is schieten met hagel. Er is namelijk een moment dat je kunt schrijven, en een moment dat je achter je laptop zit en die momenten moeten samenvallen. Het is zeker niet de meest productieve manier.
De dagen die ik uitspaar om te schrijven zijn emotionele achtbanen van ontwijkende huishoudelijke taken die geen prioriteit zouden moeten hebben, afgewisseld met spaarzame momenten waarin er zinnen worden uitgeperst. Dit is niet gewenst, maar toch waar ik het vaak mee moet doen.
Mensen vragen mij weleens waarom mijn huis zo opgeruimd is, welke vorm van OCD mij dreef tot het alfabetiseren van mijn kruiden. Het antwoord is simpel: uitstelgedrag.
Als ik een dag heb waarop ik kan schrijven omdat ik die dag al maanden verdedig door er niks op te plannen, door tegen mensen te zeggen dat ik niet beschikbaar ben, dat ik geen tijd heb, dat ik misschien volgende week een gaatje in mijn agenda heb, dat iedereen maar kan wachten, dan verspil ik die dag aan de meest triviale onzin. Ik draai wasjes, ik orden lades, ik recycle glas, helaas doomscroll ik. Maar ik schrijf ook. Uiteindelijk. Het lukt me om woorden op papier te krijgen en als je dit vaak genoeg doet, heb je uiteindelijk een boek geschreven. Zo simpel is het.
Maar er gaat zo veel tijd verloren. Ik droom over optie twee. Een dagdeel schrijven. Een stukje dag indelen waarin het dan ook lukt om te schrijven, zodat je de rest van de dag niet hoeft te stressen om onvoltooide schrijverij.
Online kwam ik dit schema tegen van de feministische sciencefictionschrijfster Ursula Le Guin. Het inspireerde me.
Dit is mijn versie van die ochtendroutines van succesvolle zakenmannen / fitnessgoeroes die online pretenderen voor de lunch een ton bij elkaar te hebben gedaytrade terwijl ze ook een squat- en/of Strava-PR behaalden.
Als ik zou leven zoals Le Guin deed, zou ik elke dag vrij zijn. Zo zou dat voelen, stel ik me voor. Ik zou vanaf de lunch complete autonomie genieten en kunnen squaten en daytraden wat ik wilde, wie weet zou ik mijn sociale contacten onderhouden. Ik zeg maar wat.
Maar de werkelijkheid is anders, en ik heb mij helaas te verhouden tot de werkelijkheid. Ik heb mijn leven niet consistent ingedeeld, en hele dagen tegen een lege pagina schreeuwen wordt op den duur ongewenst. Dus hier zijn een aantal tips die mij helpen met schrijven.
TIP 1: TELEFOON WEG
Je bent niet zo belangrijk als je denkt. De kans is heel klein dat je de verantwoordelijkheid draagt over, ik zeg maar wat, een nucleair arsenaal. Niemand gaat jou bellen met de mededeling dat de Russen zojuist tientallen ballistische raketten hebben afgevuurd richting alle Europese hoofdsteden, en je acht minuten de tijd hebt voordat de wereld zoals we die kennen niet meer bestaat, en je in die acht minuten moet bepalen of wij op de aanval moeten reageren door ook tientallen ballistische raketten af te sturen op hun metropolen, om de wereld daarmee in een nucleaire winter te storten waar we hoogstwaarschijnlijk nooit meer uit komen.
Wat ik probeer te zeggen is, je telefoon kan best even in een andere kamer liggen. Wil je iets op papier krijgen? Dan is deze stap essentieel. Maak het jezelf gemakkelijk. De smartphone is ontworpen door heel veel mensen die allemaal veel slimmer zijn dan jij, die als missie hebben jou domme kleine holbewonerbrein te stimuleren totdat je niks anders doet dan doelloos scrollen door rage-bate en life hacks, terwijl je langzaam maar zeker met je bank versmelt.
Je bent niet opgewassen tegen dat ding. Leg hem weg.
TIP 2a: PAK DE OCHTEND,
Hoewel ik het tegen beter weten in heel vaak de hele dag probeer, ben ik vaak op mijn best in de ochtend. Er is iets aan ‘s ochtends schrijven dat werkt. En dan bedoel ik niet ‘voor de lunch’, nee ik bedoel je bed uit, badjas aan, koffie zetten en direct typen. Niet douchen, geen nieuws lezen, niet e-mailen. Binnen een kwartier van bed naar schrijftafel. Dat is magie.
Ik denk dat het komt doordat je brein nog geen hele dag te verwerken heeft gehad. Je hebt niks hoeven afsluiten om te kunnen beginnen. Daarnaast word je op de vroege ochtend niet gestoord, omdat de wereld nog bezig is hun slechte humeur weg te caffeïneren.
Als bijkomend voordeel kun je de rest van de dag rond paraderen in de wetenschap dat jij al hebt geschreven. Het is al gelukt. Alles wat er die dag nog gebeurd, is bonus. Je bent een winnaar, dat wist ook Ursula Le Guin.
TIP 2b: FUCK DE MIDDAG,
Dit doe ik niet genoeg, maar als ik het doe helpt het altijd. Tussen ongeveer 14:00 en 17:00 is de wereld chaos. Je telefoon draait op volle toeren en je inbox is een slagveld. Mensen willen van alles en op straat is het druk. De roadrage van de wereld sijpelt via je slecht geïsoleerde kieren naar binnen en van schrijven komt het niet.
Dit gebeurt niet elke dag, maar soms wel, en als het gebeurt kun je er niks aan doen. Besef en accepteer dat. Wees niet koppig, want een middag lang tegen de kosmische stroming in zwemmen levert weinig op en kost genoeg moeite om alle potentie van een schrijfavond te saboteren en vernietigen.
Doe iets anders. Orden een la. Dit is geen capitulatie. Elke topsporter weet dat gedoseerde rust even belangrijk is als de training.
TIP 2c: EN OVERSCHAT DE AVOND NIET
Het beeld van de whiskey drinkende schrijver die nachtenlang al kettingrokend proza van Pulitzer-niveau produceert is naar mijn mening achterhaald, dan wel een sprookje. Hoewel de avond rustig is, en ik ‘s avonds graag schrijf, werkt het beter om op tijd naar bed te gaan en de volgende ochtend vroeg weer een poging te wagen. Offer geen ochtend op om een avond wijn te zuipen onder de dekmantel van literaire clichés. Als ik drink schrijf ik minder, en wat ik schrijf is slechter.
TIP 3: CHOOSE YOUR WEAPON
Schrijven kan met een breed scala aan gereedschappen. Met de hand, op de computer of zelfs op je telefoon, ik gebruik ze allemaal. Ze hebben allemaal een andere functie, de specifieke werking van elke manier van schrijven is ergens goed voor. Gebruik die voordelen.
Met de hand schrijf ik bijna elke dag Morning Pages, een term die ik haat omdat tenenkrommende influencers hem hebben gepopulariseerd. Desondanks werkt het heel goed. Het is in principe een dagboek. Het is de bedoeling om elke dag twintig minuten met de hand te schrijven over wat er dan ook maar in je opkomt. Zoals de naam zegt moet het in de ochtend, maar dat waardevolle schrijfmoment gebruik ik liever om te werken aan proza. In mijn ervaring werkt Morning Pages ook in de afternoon of evening.
Het is goed om je gedachten te ordenen, om dingen van je af te schrijven, om plannen te smeden. Want als je iets opschrijft, is het echt, dan bestaat het in de fysieke wereld, en is het niet meer zo vluchtig als je gedachte waaruit het voortkwam. Deze nieuwsbrief komt voort uit zo’n sessie.
Met de hand schrijven is een wezenlijk andere ervaring dan typen, het is trager. Soms eindigt een zin anders dan mijn intentie was toen ik eraan begon, want in de tijd die het kostte om de letters op te tekenen veranderde ik van gedachte. Dat is waar het om gaat. Het dwingt je na te denken. Het kalmeert.
Ook op de telefoon schrijf ik. Ik weet dat ik zei dat die in de andere kamer moet liggen maar regels zijn er om te breken. Ik schrijf mijn columns graag op mijn telefoon, ijsberend door de woonkamer. Korte dingen op een klein scherm, dat voelt goed. Dat klopt. Ook hou ik ervan mijn tekst aan te raken, dat ik met het touchscreen zinnen kan slepen. Het tactiele helpt mij de tekst toe te eigenen, de tekst voelen, letterlijk.
Het laatste gereedschap is natuurlijk de laptop, waarop het serieuze schrijven gebeurt, maar sinds een maand gebruik ik mijn laptop hier niet meer voor. Ik ben overgestapt op een iPad mini met een opvouwbaar toetsenbord. Het is geweldig. Ik kan mijn tekst aanraken, ik word niet afgeleid door alle andere dingen die ik kan doen op mijn laptop, en het grootste voordeel: de iPad plus het toetsenbord passen in mijn nektas. Het is zalig.
Op de iPad heb ik geen sociale media, geen e-mail, geen WhatsApp. Wel heb ik een app om e-books te lezen en wat digitale kranten. Een apparaat waarop ik enkel lees en schrijf heeft heel veel veranderd. Mijn brein weet dat als dit ding tevoorschijn komt, we gaan lezen of schrijven. Niks anders. Het helpt enorm met afleidingen. Ik word niet betaald om te zeggen dat ik iedereen die van lezen en schrijven houdt aanraad om er een apart apparaat voor aan te schaffen. Het is een ware life hack.
Kies bedachtzaam met welk gereedschap je gaat schrijven, en kies naar de krachten én beperkingen van dat gereedschap. Deze nieuwsbrief ontstond met de hand, werd geschreven op de iPad en geredigeerd met de computer.
TIP 4: DE 20 MINUTEN REGEL
Dit is de belangrijkste tip. Deze heeft mij voorbij zo veel intimiderende lege pagina’s gebracht. Het is een timer van twintig minuten. Het idee is: je kunt je er echt wel toe zetten om iets twintig minuten te doen.
Ik zet de timer, het liefst zie ik hem aftellen op hetzelfde scherm als waarop ik schrijf, en dan moet ik twintig minuten onafgebroken typen. Je moet blijven schrijven, en let niet op spelfouten, lelijke constructies of grammaticale missers. Je typt, en als je niet op een woord kan komen ga je niet uren zitten tobben, dan ram je twee keer op enter, en ga je door met een nieuwe zin.
Als je verstrikt raakt in een idee of een concept: enter, enter en door.
Als je alles wat je schrijft haat: enter, enter en door.
Als je midden in een zin verveeld raakt: enter, enter en door.
Dat moet je twintig minuten doen. Het hoeft niet goed te zijn. Je hoeft niet mooi te schrijven. Maar na die twintig minuten heb je iets. Die spierwitte barrière in de vorm van een lege pagina is verdwenen, en opeens ben je aan het redigeren. Je mag een mening vormen over wat er staat, dat is oneindig veel makkelijker dan perfectie scheppen uit het niets. Misschien heb je na die twintig minuten een pagina vol troep, maar vind je één goeie zin. Mooi, dat is genoeg. Daarop kun je bouwen.
Soms trek ik het twintig minuten concept door naar een complete to-do-list. Dan deel ik mijn beschikbare tijd op in compartimenten van twintig minuten waarin ik schrijven afwissel met dingen waar ik geen zin in heb.
Dat ziet er bijvoorbeeld zo uit:
20 min — Schrijven
20 min — Mailtjes beantwoorden
20 min — Schrijven
20 min — Was ophangen
20 min — Schrijven
20 min — Afwas doen
Wat voor mij belangrijk is aan deze to-do-list, is dat ik niks af hoef te maken. Ik moet gewoon twintig minuten werken aan iets. Op die manier win je altijd. Als de timer afgaat, ga ik door naar het volgende item. En soms, als de timer afgaat wanneer ik lekker aan het schrijven ben, zet ik hem uit en schrijf ik tot ik vastloop, soms is dat pas uren later.
Ik begrijp dat ‘een timer van twintig minuten’ niet erg revolutionair klinkt, maar het heeft me enorm geholpen. Hiermee lukt het mij om veel sneller tot schrijven te komen, en het beginnen vind ik het moeilijkst.
TIP 5: NIEMAND KAN WAT JIJ KAN
Deze laatste tip is misschien niet praktisch, maar wel belangrijk. In een wereld waar kunstmatige intelligentie de creatieve dood van de mensheid in lijkt te luiden, waarin boeken met een druk op een knop kunnen worden gegenereerd, waarin de magie van kunst is gereduceerd tot een duidelijke prompt, is het menselijke zo mogelijk nóg belangrijker dan het al was.
Niemand kan jouw verhaal zo goed vertellen als jij, niemand heeft dezelfde ervaringen, gedachten, problemen, oplossingen en stijl. Fuck grammatica. Fuck een spelfuot. Schrijf!
Al is het maar om eventjes niet te brainrotten.
— X —
Dario
»» NIEUWS ««
Dimitri Verhulst en Kim Holland in Writers Unlimited Festival x De Situatie
🗓️ Zaterdag 24 januari
📍 HaagsPianoHuis — Noordeinde 64a, Den Haag
⏰ 20:30 - 23:00
Een schrijver en filmmaker die genadeloos de rafels van het bestaan blootlegt. Een mediavrouw die jarenlang zelf het lichaam centraal stelde en er steeds nieuwe betekenissen aan blijft geven. Wat is het lichaam wanneer het niet (meer) voldoet – of juist alles moet betekenen?
Writers Unlimited nodigde De Situatie Leesclub uit om voor het festival een programma te maken naar aanleiding van het festivalthema Let’s get physical. In HaagsPianoHuis (Noordeinde 64A, Den Haag) ontmoeten Dimitri Verhulst en Kim Holland elkaar in een gesprek, geleid door Dario Goldbach, over het lichaam als statussymbool, het lichaam als gevolg van sociale verwachtingen of taboes, als plaats van genot of verval. Als iets dat verslijt, wordt buitengesloten, bejubeld of juist verdwijnt in overexposure.
De publicatie van De Situatie ‘25
Voor het tweede jaar op rij verscheen een publicatie van De Situatie. Tien nieuwe aanstormende literaire talenten gekoppeld aan tien veelbelovende typografen gebundeld in een erg speciale uitgave.
Het ontwerp is door All Sizes en Céline Hurka.
Auteurs & Typografen:
Khadija Elberdai & Morgane Vantorre
Remmelt Bot & Mălin Neamțu
Mylène Delfos & Kaat Vandenbroeck
Lennart Bolwijn & Huw Williams
Ivana Kalaš & Luka Appelberg
Merle Findhammer & Tina Božan
Sanne Morssink & Nóra Békés
Charlotte Beerda & Lyuboslav Boianov
Zaban Razdar & Andrea Hayek
Christina van Egmond & Ando
Redactie door Steven van Lummel, Anne Jonker en Dario Goldbach.
De Situatie wordt ondersteund door het Amarte Fonds.







